Belgium NL
Land wijzigen

Draag zorg voor de banden

Banden rouleren: laat uw banden om de 10.000-12.000 km of om de zes maanden rouleren

Banden rouleren

Door de banden te rouleren, vergroot u de kans dat alle banden gelijkmatig afslijten. Gelijkmatige slijtage kan de levensduur van de banden verlengen en evenwichtige handling en tractie in de hand werken. Door de banden regelmatig te wisselen, verloopt de handling van uw voertuig vlotter. Het is een goed idee om ze een op de twee keer dat u de olie ververst te rouleren.

Waarom moet u de banden wisselen? De banden vooraan uw voertuig slijten gewoonlijk sneller af dan die achteraan. Als u ze regelmatig wisselt, verslijten ze mogelijk gelijkmatiger en bereiken bandprofielen hun maximale levensduur. Het is belangrijk niet te vergeten dat het rouleren van banden slijtageproblemen ten gevolge van onjuiste bandenspanning niet kan corrigeren.

Hoe vaak moeten banden worden gewisseld? Het is een goed idee om een op de twee keer dat u de olie ververst (grofweg om de 10.000 - 12.000 km) de banden te rouleren. Als u regelmatig snel rijdt, zware lasten vervoert of lange afstanden aflegt, moet u de banden vanwege de zware belasting mogelijk vaker wisselen. U moet ze zo snel mogelijk wisselen als u ongelijkmatige slijtage vaststelt. Als ze een zoemgeluid produceren wanneer u op een glad wegdek rijdt, is het waarschijnlijk tijd om ze te rouleren.

Kan ik de banden zelf rouleren? Aangezien het van belang is dat uw banden correct worden geplaatst, bevelen we u aan dit door deskundig personeel bij uw dealer of een garage te laten uitvoeren. U kunt het echter gemakkelijk zelf doen. Bovendien is het een goed idee te begrijpen hoe het in zijn werk gaat, zelfs als u het aan een vakman overlaat. U hebt geen gespecialiseerd gereedschap nodig, enkel wat ruimte en een paar uur tijd.

Raadpleeg steeds het instructieboekje van uw voertuig voor de aanbevelingen van de autofabrikant.

Bij het rouleren van banden volgt u best onderstaande patronen.

U mag banden alleen van voren naar achteren rouleren als alle banden dezelfde maat hebben (patronen A-D).

Sommige voertuigen zijn op de voor- en achteras uitgerust met banden en wielen van een ander formaat. In dat geval wordt patroon E aanbevolen (bij niet-richtingsgebonden banden).

Als u banden met een richtingsgebonden loopvlakprofiel wisselt, moet u altijd letten op de pijlen op de wang. Die pijlen geven de draairichting van de band aan, die zorgvuldig in acht moet worden genomen. Bij richtingsgebonden banden van hetzelfde formaat mag patroon A worden gevolgd.

Bij voertuigen die richtingsgebonden banden van verschillend formaat of wielen met vooraan of achteraan andere offsets hebben, moeten de richtingsgebonden banden worden gedemonteerd, gemonteerd en opnieuw worden uitgebalanceerd om de banden correct te rouleren. Raadpleeg steeds het instructieboekje van uw voertuig voor de aanbevelingen van de autofabrikant.